StartAktuellesBuecherKlassikerBiographienLinksGaestebuch

 

 

Een vergeten hoofdstuk: 

de Radicalen.

Mr. A.J. Allan

 


Op de Weteringschans in Amsterdam, niet ver van het Leidseplein, staan naast en tegenover elkaar vier opvallende gebouwen: die van de Vrije Gemeente, het huis van bewaring, het (Barlaeus) gymnasium en de huishoud-school. Alleen het gebouw van het gymnasium heeft nog zijn oorspronkelijke bestemming. Amsterdammers hadden het over de Vrije -, de onvrije-, de vrijende - en de gevreeën gemeente [1]. In het gebouw van de Vrije Gemeente dat veel later landelijke bekendheid kreeg als popcentrum ‘Paradiso’, vond op 13 december 1881 een voor de moderne theologie historische gebeurtenis plaats.

Een gemengd gezelschap van vrijzinnigen en orthodoxen, vaktheologen en geďnteresseerden hoorde de lezing aan van prof. A.D. Loman die toen doceerde aan de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam. Zijn inleiding was getiteld: ‘het oudste Christendom’. Daarin betoogde hij dat Jezus geen historische figuur was, maar dat wat wij over hem weten een in de tweede eeuw opgeschreven fictie, waarin toen bestaand geestelijk gedachtengoed werd belichaamd. Op grond van deze op nauwkeurig onderzoek gebaseerde bevindingen bepleitte hij een symbolische interpretatie van de evangeliën. Zijn gehoor was door zijn betoog overdonderd en diep geschokt. De vreedzame Loman, niet uit op provocatie, niet anders bedoelend dan om ook aan niet-vakgenoten verslag te doen van de huidige stand van het wetenschappelijk onderzoek, was hoogst verbaasd over de emotionele reactie van zijn publiek. Weliswaar was wat hij te berde bracht voor vaktheologen niet nieuw, maar de kennis er over was beperkt gebleven binnen de kleine kring van vakgenoten die, deels in het Latijn, er over discussieerden in hun vakbladen.

In het laatste kwart van de vorige eeuw was er in Nederland een groep theologen die voortbouwde op de bijbelkritiek die op gang was gebracht door de hoogleraren Scholten, Opzoomer en Kuenen. Het zijn voor de huidige generatie grotendeels vergeten namen: Loman, Pierson, Van Manen, Meyboom, Bollanden en als laatste van hen G.A. van den Bergh van Eysinga. Hoe vergeten, wordt geďllustreerd door het recente boek over de geschiedenis van de vrijzinnigheid ‘Tussen geest en tijdgeest’, waarin slechts terloops aandacht aan deze zogenaamde  `Hollandse Radicale School` wordt geschonken.

 

Gebouw der Vrije Gemeente (1967) - Photo:  E. Frater Smid

 

Voordrachtzaal (1967) - Photo: E. Frater Smid

Tussen deze radicale theologen waren onderling verschillen. Niet ieder van hen ontkende de historiciteit van Jezus. Omdat de synoptische evangeliën nauwelijks enig aanknopingspunt geven voor een historische discussie, spitste het onderzoek zich toe op de vraag of de brieven van Paulus ‘echt’ waren. Van Van den Bergh wordt beweerd dat hij ter inleiding aan zijn studenten voorhield: de brieven van Paulus zijn geen brieven, niet geschreven door Paulus en als het al brieven waren dan waren zij onbestelbaar (Oudchristelijke Brieven,  S. 10:  "Op het eind der vorige eeuw betoogde VAN MANEN in zijn college Oudchristelijke Letterkunde, dat de brief van Paulus aan de Romeinen geen brief, niet van Paulus en niet aan de Romeinen gericht was") . Iedere bijbellezer kan zien dat in Handelingen weliswaar uitvoerig geschreven wordt over Paulus’ verrichtingen, maar dat nergens melding wordt gemaakt van zijn brieven. Dat is vreemd omdat toch in de brieven iemand spreekt met een groot gezag: bemoedigend, vermanend, docerend, kritiserend. Daar komt bij dat in 1 Kor. 14: 26-40 kennelijk geen sprake is van een gemeente die zojuist door Paulus is gesticht, maar van een gemeenschap die toen al een langere traditie moet hebben gehad, waarin het bijvoorbeeld gebruikelijk was dat ook vrouwen het woord voerden. De conclusie van de Radicalen is dat de brieven van Paulus pas geschreven zijn omstreeks het midden van de tweede eeuw. Zij maakten dan ook onderscheid tussen de historische Paulus uit Handelingen en de canonieke Paulus van de Brieven. Voorts stelden zij vast, dat de canonieke Paulus Grieks als moedertaal had en schreef van uit een Hellenistische optiek. Dat verklaart ook de botsing in de eerste gemeenten van Paulus met hen die vasthouden aan de wettisch-joodse praktijken, zoals beschreven in de brief aan de Galaten. De Radicalen vonden het op dergelijke gronden onaannemelijk dat het Paulinische Christendom ontstaan zou zijn in het Joods-wettische milieu van Jeruzalem. Volgens hen moet de bron van het Christendom gezocht worden in het ineenvloeien van opvattingen uit de sfeer van de gnostische gemeenschappen in Alexandrië en van de Stoďcijnen in Rome. Daar werd de in het gnosticisme levende verlossingsmythe uitgewerkt, verbonden met de Joodse messiasgedachte, uit welke synthese de ons bekende figuur van Jezus in Palestina voortkwam. En zo, achteraf dus, werden gnosticisme en Stoa verbonden met de traditie van het Oude Testament.  

 

Ds. E. Frater Smid tijdens de voordracht - Hier hield A.D. Loman op 13 december 1881 zijn voordracht over het oudste Christendom.  (1967) -  Photo: E. Frater Smid

 

 Voordrachtzaal (1967)  - Photo: E. Frater Smid

 

Namlijst van de "Bestuurderen" der Vereeniging De Vrije Gemeente (opgericht te Amsterdam 30 November 1877) - Photo: E. Frater Smid

 

De beperkte ruimte van dit blad staat niet toe aan de genuanceerdheid en de argumenten van de Radicalen recht te doen. Daarom deze al te grove schets. Geďnteresseerden kunnen worden verwezen naar het proefschrift van H. Detering naar aanleiding waarvan deze beschouwing is geschreven. In zijn boek beschrijft hij elk van de Radicalen afzonderlijk. Hij schetst hoe hun opvattingen verworpen en verguisd zijn. Kennelijk vreesde men de consequenties van hun denkbeelden die opgevat  werden als aanval op de Christelijke geloofsleer. Terwijl toch de meeste van de Radicalen vrome dominees waren die, ondanks hun ontkenning van de historische Jezus, roerende gedichten over Jezus schreven. Van het meeste belang echter is dat de schrijver na een grondig literatuuronderzoek tot de conclusie komt dat nog niemand de argumenten die de Radicalen voor hun opvattingen hebben aangevoerd wezenlijk heeft weerlegd. Een herwaardering van het werk van de Radicalen zou dan ook op zijn plaats zijn.

 


 

[1] Dit is een vergissing van de auteur: de huishoudschool stond niet op de Weteringschans maar aan het Zandpad, een stukje daar vandaan.